Wat doet u met uw vermogen na de verkoop van uw bedrijf?
Kort antwoord
Na de verkoop van een bedrijf staat er in één keer een groot bedrag klaar, privé of in een holding. Het hoeft niet meteen belegd te worden. Het kan eerst op een rekening wachten terwijl u uitzoekt waar het fiscaal zit en wat het moet doen: u een inkomen geven of verder groeien. Daarna verdeelt u het over bouwstenen, samen met uw vermogensbeheerder, boekhouder of fiscalist.
Wat doet u eerst na de verkoop?
Eerst parkeert u het geld en zoekt u uit waar het zit. Beleggen kan daarna. Intussen kan het op een spaar- of termijnrekening staan. De depositogarantie geldt tot € 100.000 per persoon per bank. Wat daarboven op één bank staat, valt er niet onder.
Waar het geld zit, hangt af van de verkoop. Ging die via een holding, dan staat de opbrengst in een vennootschap. Verkocht u de aandelen privé, dan staat ze op uw eigen rekening. Dat bepaalt hoe de opbrengsten van uw beleggingen later belast worden. Hoe de verkoop zelf belast wordt, bespreekt u met uw fiscalist.
Welke vragen bepalen wat u met het geld doet?
Een paar vragen sturen de verdeling:
- Moet het vermogen het inkomen vervangen dat u uit uw bedrijf haalde? Dan weegt een regelmatige opbrengst zwaarder.
- Wanneer hebt u delen ervan nodig, voor een nieuw project, een woning of uw kinderen?
- Hoeveel schommeling verdraagt u, nu er geen bedrijf meer is dat elke maand inkomsten binnenbrengt?
- Wat wilt u later doorgeven? Dat bespreekt u met een notaris.
Welke verdeling daaruit volgt, beslist u zelf, eventueel met een vermogensbeheerder of adviseur.
Welke bouwstenen komen in aanmerking?
Dezelfde als voor elk ander vermogen. Een spaarrekening houdt geld beschikbaar, een termijnrekening of staatsbon geeft een vaste rente tot een vaste datum. Obligaties en obligatiefondsen geven een regelmatige rente. Aandelen en fondsen kunnen op lange termijn groeien, met schommelingen onderweg. Verhuurvastgoed levert huur en een waarde die met de markt meebeweegt, en vraagt beheer. Private credit en vastgoedgedekte kredieten geven een vaste rente met een onderneming als schuldenaar, en in het tweede geval een pand als zekerheid.
Bij een groot bedrag gaat spreiden verder dan de keuze tussen die bouwstenen: u spreidt ook over schuldenaars en in de tijd.
Belegt u privé of via een holding?
Dat hangt meestal af van hoe de verkoop gestructureerd was. Voor rente is het verschil duidelijk. Een particulier betaalt 30% roerende voorheffing als standaardtarief. Investeert u bij Lender via een vennootschap, dan wordt geen roerende voorheffing ingehouden: de rente komt bruto binnen en valt onder de vennootschapsbelasting, 25% of 20% op de eerste € 100.000 winst voor kleine vennootschappen die aan de voorwaarden voldoen.
Geld dat in de holding blijft, moet u later nog naar privé halen, en dat heeft eigen fiscale gevolgen. Wat voor u het gunstigst is, rekent uw boekhouder of fiscalist uit. De details staan bij beleggen vanuit uw vennootschap.
Wat kunt u met uw ervaring als ondernemer?
Wie jaren een bedrijf leidde, kan een jaarrekening lezen, een plan beoordelen en inschatten wat een pand waard is. Bij een fonds of een beursbelegging komt die kennis weinig van pas. Bij een rechtstreeks krediet kiest u zelf aan welke onderneming u uitleent, en beoordeelt u het dossier zoals u vroeger een klant of een leverancier beoordeelde.
Bij Lender is elk dossier een zakelijk krediet met een hypotheek in eerste rang, van € 100.000 tot € 5 miljoen, aan een rente die in de praktijk tussen 6 en 12% per jaar ligt. De dossierfiche bevat de cijfers van de vennootschap, het schattingsverslag van het onderpand, de aflossingstabel en de kredietvoorwaarden. Ook met die zekerheden kan een kredietnemer te laat of onvolledig terugbetalen, en uw ervaring helpt vooral om dat risico per dossier in te schatten.
Hoe belegt u een groot bedrag zonder alles tegelijk te doen?
Stap voor stap. Rechtstreekse kredieten komen één voor één: na uw registratie krijgt u nieuwe dossiers per mail, en u beslist per dossier. Zodra een dossier volledig ingetekend is, passeert het in principe binnen de vier weken bij de notaris. Een portefeuille groeit zo over een aantal maanden, vaak met meerdere dossiers die op verschillende momenten vervallen. Telkens een dossier afloopt, kunt u nagaan of de verdeling nog klopt met wat u nodig hebt.
Bronnen
Dit is algemene informatie en geen beleggings-, fiscaal of juridisch advies. Elke belegging draagt risico, ook een krediet met vastgoed als onderpand. Twijfelt u, vraag dan raad aan uw eigen adviseur.
Lees ook
← Alle vragen- Wat doe ik met mijn vermogen?Welke alternatieve beleggingen zijn er in België?In België kunt u buiten de spaarrekening en beursaandelen onder meer beleggen in obligaties en staatsbons, vastgoed, crowdfunding, private equity en private credit. Die vormen verschillen in wat u bezit, van een pand tot een fondsdeel of een schuldvordering, en in hoe snel u aan uw geld kunt. Welke vorm past, hangt af van uw doel, uw termijn en de buffer die u beschikbaar wilt houden.
- Wat doe ik met mijn vermogen?Hoe belegt u vanuit uw vennootschap?Een vennootschap belegt pas wat ze de komende jaren niet nodig heeft voor werkkapitaal, belastingen, aflossingen en investeringen. Wat dan overblijft, kan in grotendeels dezelfde producten als bij een particulier. Investeert de vennootschap bij Lender, dan wordt geen roerende voorheffing ingehouden: de rente komt bruto binnen en valt onder de vennootschapsbelasting. Wat dat netto betekent, rekent uw boekhouder uit.
- Wat doe ik met mijn vermogen?Hoe spreidt u € 1 miljoen?Een vermogen van € 1 miljoen spreidt u over soorten beleggingen, over verschillende schuldenaars en onderpanden, en in de tijd. Tel daarbij alles mee wat u bezit. Een eigen woning, verhuurvastgoed, een onderneming met een eigen pand en kredieten met vastgoed als onderpand hangen allemaal af van dezelfde vastgoedmarkt. Welk deel waarheen gaat, beslist u zelf, eventueel met uw vermogensbeheerder of adviseur.
- Wat doe ik met mijn vermogen?Hoe haalt u een maandelijks inkomen uit uw vermogen?Een maandelijks inkomen uit uw vermogen komt uit rente, huur, dividenden of uit het kapitaal zelf. Maandelijks uitbetalen doen vooral huur en sommige kredieten. Obligaties en aandelen keren meestal minder vaak uit. Een rekenvoorbeeld voor een particulier, vóór kosten en bij volledige en tijdige betaling: € 250.000 tegen een contractuele rente van 8% brengt € 20.000 bruto per jaar op, na 30% roerende voorheffing € 14.000, gemiddeld ongeveer € 1.167 per maand.