Welke alternatieve beleggingen zijn er in België?
Kort antwoord
In België kunt u buiten de spaarrekening en beursaandelen onder meer beleggen in obligaties en staatsbons, vastgoed, crowdfunding, private equity en private credit. Die vormen verschillen in wat u bezit, van een pand tot een fondsdeel of een schuldvordering, en in hoe snel u aan uw geld kunt. Welke vorm past, hangt af van uw doel, uw termijn en de buffer die u beschikbaar wilt houden.
Welke alternatieve beleggingen zijn er, en hoe verschillen ze?
Met een alternatieve belegging bedoelt men meestal alles buiten de spaar- en termijnrekening en aandelen of fondsen op de beurs. Het is een verzamelnaam zonder vaste afbakening, en de vormen eronder lijken weinig op elkaar. Obligaties en staatsbons rekenen velen tot de klassieke beleggingen. Ze staan hier toch, omdat wie van een spaarrekening vertrekt, er vaak eerst naar kijkt.
| Vorm | Wat u bezit | Opbrengst | Aan uw geld | Voornaamste risico | Kosten in grote lijnen |
|---|---|---|---|---|---|
| Obligatie, staatsbon | een schuldvordering | meestal een vaste rente | op de vervaldag, of via verkoop | de schuldenaar betaalt niet, of de koers daalt | aankoop- en bewaarkosten |
| Eigen verhuurpand | het pand | huur min kosten, en de waarde | na een verkoop, die maanden duurt | leegstand, herstellingen, waardedaling | registratierechten, notaris, onderhoud |
| Vastgoedfonds of GVV | aandelen | dividend en koers | via verkoop op de beurs | de koers schommelt dagelijks | transactie- en beheerskosten |
| Crowdfunding | een schuldvordering of een aandeel | rente of dividend, per project | meestal niet tussentijds | het project of de onderneming faalt | verschilt per platform |
| Private equity | een fondsdeel, onrechtstreeks aandelen | vooral bij de verkoop, na jaren | pas na jaren, bij de verkoop van participaties | de participaties brengen minder op | beheers- en prestatievergoeding |
| Private credit | een schuldvordering, of een fondsdeel | de rente uit het contract | op de vervaldag | de kredietnemer betaalt te laat of niet | dossier- en notariskosten, of fondskosten |
De tabel geeft grote lijnen. De voorwaarden verschillen per product en per aanbieder. Goud, kunst of wijn brengen geen rente of huur op. Wat u eraan verdient, hangt af van de prijs bij verkoop, en bewaring en verzekering kosten geld.
Hoe werken obligaties en staatsbons?
U leent geld aan de Staat of aan een onderneming, tegen een rente tot een vervaldag. Een staatsbon heeft de Belgische Staat als schuldenaar, een bedrijfsobligatie een onderneming, en hoe zwakker die onderneming, hoe hoger de rente. Een obligatie kunt u meestal voor de vervaldag verkopen, tegen de koers van dat moment, en die koers daalt als de marktrente stijgt. Via een obligatiefonds spreidt u over veel uitgevers, maar heeft uw belegging geen vervaldag meer. Het verschil met een krediet dat niet verhandeld wordt, staat bij private credit of obligaties.
Welke vormen van vastgoed kunt u kiezen?
Zelf verhuren of beleggen in een vennootschap die verhuurt. Met een eigen verhuurpand bezit u het pand. U ontvangt huur, betaalt onderhoud en onroerende voorheffing, draagt de maanden van leegstand en deelt in de waardestijging of de daling. Bij de aankoop gaan registratierechten en notariskosten van uw inleg af, en een verkoop duurt maanden.
Een beursgenoteerd vastgoedfonds, in België onder meer een gereglementeerde vastgoedvennootschap (GVV), geeft u aandelen van een vennootschap met veel panden. U ontvangt een dividend en kunt op elke beursdag verkopen, tegen een koers die met de beurs meebeweegt. Wie in vastgoed wil beleggen zonder huurders, vindt de mogelijkheden bij alternatieven voor verhuurvastgoed.
Wat is crowdfunding?
Via een platform belegt u met een kleiner bedrag in een onderneming of een project. Naargelang het platform wordt u schuldeiser, obligatiehouder of aandeelhouder. Een platform dat onder de Europese ECSP-verordening werkt, heeft een vergunning nodig, en in België verleent de FSMA die. Tussentijds verkopen is meestal niet mogelijk, en per project kan de onderneming failliet gaan. Het verschil met één krediet dat u rechtstreeks financiert, staat bij vastgoedcrowdfunding of een rechtstreeks krediet.
Wat is private equity?
U wordt mede-eigenaar van ondernemingen die niet op de beurs noteren, meestal via een fonds. Het fonds vraagt uw toegezegde geld op in schijven, koopt participaties, laat ze groeien en verkoopt ze na een aantal jaren. Tussendoor keert het weinig uit, en een fonds loopt vaak tien jaar of meer. U betaalt een beheersvergoeding en vaak een prestatievergoeding. Bij een faillissement staat een aandeelhouder achteraan. Het verschil met uitlenen aan een onderneming staat bij private credit of private equity.
Wat is private credit?
U leent geld aan een onderneming buiten de bank en de beurs, rechtstreeks of via een fonds, en wordt daarmee schuldeiser. U ontvangt de rente die het contract vastlegt, en op de vervaldag is de onderneming het kapitaal verschuldigd. Tot dan ligt het geld vast. De kredietnemer kan te laat of onvolledig terugbetalen, en ook met een onderpand is verlies mogelijk. Bij een vastgoedgedekt krediet staat een hypotheek op vastgoed tegenover het krediet.
Lender is een voorbeeld van die laatste vorm: investeerders financieren er rechtstreeks kredieten aan Belgische ondernemingen, met een hypotheek in eerste rang en vanaf € 100.000 per dossier. Meer uitleg staat bij wat private credit is.
Hoe kiest u tussen die vormen?
Begin bij wat het geld moet doen: een regelmatig inkomen geven, op lange termijn groeien, of op een vaste datum beschikbaar zijn. Kijk dan naar de termijn. Geld dat u binnen enkele jaren nodig hebt, past niet in een fonds dat tien jaar loopt of in een krediet dat later vervalt. Houd eerst een buffer apart voor onverwachte uitgaven, op een rekening waar u er meteen aan kunt. En tel mee wat u al bezit: wie een eigen woning en een verhuurpand heeft, hangt al sterk af van de vastgoedmarkt.
Hoe dat per bedrag uitvalt, staat bij € 100.000, € 250.000, € 500.000 en € 1 miljoen. Wie nu spaargeld op een termijnrekening heeft, vindt de naaste alternatieven bij alternatieven voor een termijnrekening, en wie via een vennootschap belegt, bij beleggen vanuit uw vennootschap. Hoeveel u in elke vorm steekt, beslist u zelf, eventueel met uw adviseur.
Bronnen
Dit is algemene informatie en geen beleggings-, fiscaal of juridisch advies. Elke belegging draagt risico, ook een krediet met vastgoed als onderpand. Twijfelt u, vraag dan raad aan uw eigen adviseur.
Lees ook
← Alle vragen- Wat doe ik met mijn vermogen?Hoe belegt u € 100.000?Hoe u € 100.000 belegt, hangt eerst af van wat dat bedrag is: uw hele belegbare vermogen of één belegging naast andere. Daarna tellen wanneer u het geld terug nodig hebt en hoeveel schommeling u verdraagt. Bij Lender is € 100.000 de minimale inleg per dossier. Het hele bedrag hangt dan aan één kredietnemer, die te laat of onvolledig kan terugbetalen.
- Wat doe ik met mijn vermogen?Welke alternatieven zijn er voor een termijnrekening?Wie een termijnrekening vervangt, kiest meestal tussen een spaarrekening, een staatsbon of obligatie, fondsen en aandelen, of een krediet met vastgoed als onderpand. De staatsbon en de obligatie liggen er het dichtst bij, met een vaste rente tot een vaste datum. Wie meer rendement zoekt, geeft meestal de depositogarantie op, of de zekerheid over het bedrag dat hij terugkrijgt.
- Wat doe ik met mijn vermogen?Welke alternatieven zijn er voor verhuurvastgoed?Wie in vastgoed wil beleggen zonder huurders en onderhoud, kan in vastgoedfondsen beleggen of geld uitlenen met vastgoed als onderpand. Bij dat laatste krijgt u de rente die het contract vastlegt en een hypotheek op het pand, en gaat een waardestijging naar de eigenaar. Betaalt de onderneming te laat of onvolledig, dan valt u terug op het pand, en ook dan is verlies mogelijk.
- Private creditWat is private credit?Private credit is financiering van ondernemingen met kredieten die niet op de beurs verhandeld worden en buiten de bank om lopen. Een belegger verstrekt zo'n krediet rechtstreeks of via een fonds. Rente, looptijd en zekerheden volgen uit de kredietovereenkomst. De kredietnemer kan te laat of onvolledig terugbetalen, en ook met een onderpand kan een belegger verlies lijden.