Deal Platform

Hoe belegt u € 250.000?

Kort antwoord

Hoe u € 250.000 belegt, hangt af van uw doel, van de buffer die u beschikbaar wilt houden en van wanneer u het geld nodig hebt. Daarna vergelijkt u spaar- en termijnrekeningen, obligaties, aandelenfondsen, vastgoed en private credit op risico, kosten en beschikbaarheid. Eén krediet van € 100.000 is al 40% van dat bedrag. Hoe u verdeelt, beslist u zelf, eventueel met uw adviseur.

4 min leestijd

Welke middelen houdt u eerst beschikbaar?

Het geld dat u op korte termijn nodig kunt hebben. Dat is een buffer voor onverwachte uitgaven, plus wat u de komende jaren al plant, zoals een verbouwing, een nieuwe wagen of een bijdrage aan de studies van de kinderen. Hoe groot die buffer moet zijn, hangt af van uw inkomen, uw vaste lasten en hoe zeker beide zijn.

Dat geld hoort op een rekening waar u er vlot aan kunt, of op een termijnrekening die vervalt wanneer u het nodig hebt. Tot € 100.000 per persoon per bank valt het onder de depositogarantie. Pas wat overblijft, kan naar beleggingen die schommelen of een aantal jaren vastliggen.

Welke beleggingsvormen vergelijkt u?

De gangbare vormen verschillen vooral in risico, kosten en in hoe snel u aan uw geld kunt. Een ruimer overzicht, ook van crowdfunding en private equity, staat bij alternatieve beleggingen in België.

Vorm Risico in grote lijnen Kosten in grote lijnen Aan uw geld
Spaar- en termijnrekening laag, depositogarantie tot € 100.000 meestal geen, soms wel bij vroeger opvragen meteen, of op de vervaldag
Obligaties en staatsbons de schuldenaar betaalt niet, of de koers beweegt aankoop- en bewaarkosten, of fondskosten op de vervaldag, of via verkoop
Aandelenfondsen de koers schommelt, soms sterk instap-, beheers- en transactiekosten via verkoop, tegen de koers
Vastgoed leegstand, herstellingen, waardedaling registratierechten, notaris, onderhoud na een verkoop, die maanden duurt
Private credit de kredietnemer betaalt te laat of niet dossier- en notariskosten, of fondskosten op de vervaldag

De tabel zet grote lijnen naast elkaar. Per product verschillen de voorwaarden. Wie vooral een vervanger zoekt voor spaargeld op een termijnrekening, vindt de naaste opties bij alternatieven voor een termijnrekening.

Hoe spreidt u over uw hele vermogen?

Door verder te kijken dan deze € 250.000. Een eigen woning, een verhuurpand, een onderneming en een pensioenspaarplan horen er ook bij. Staat een groot deel van uw vermogen al in vastgoed, dan voegt een krediet met vastgoed als onderpand daar minder spreiding aan toe dan een obligatie of een aandelenfonds, omdat beide van dezelfde vastgoedmarkt afhangen.

Spreiden gebeurt tussen soorten beleggingen en daarbinnen: over veel bedrijven in een fonds, over verschillende schuldenaars bij obligaties, over verschillende ondernemers en panden bij kredieten.

Welke rol kan private credit spelen?

Een privaat krediet geeft een rente die in het contract staat, met het kapitaal verschuldigd op de vervaldag, en ligt tot dan vast. Het past dus bij geld dat u enkele jaren niet nodig hebt. De kredietnemer kan wel te laat of onvolledig terugbetalen, en ook met een onderpand is verlies mogelijk.

Bij Lender is de minimale inleg € 100.000 per dossier. Eén krediet is dan al 40% van € 250.000, twee kredieten samen 80%. Dat is een concentratie op één of twee kredietnemers en onderpanden, en tussentijds uitstappen kan enkel als een andere investeerder uw positie overneemt. Hoe zwaar dat concentratie- en liquiditeitsrisico weegt, leest u bij de risico’s van private credit. Het percentage is een rekensom over concentratie. Welk deel u in kredieten legt, beslist u zelf.

Wat levert één krediet op, en onder welke aannames?

Een rekenvoorbeeld van contractuele rente, geen gerealiseerd rendement: één krediet van € 100.000, tegen 7% of tegen 9% per jaar, voor een particulier met 30% roerende voorheffing, bij volledige en tijdige betaling. Kosten, verliezen en inflatie zitten er niet in.

Krediet Inleg Rente Bruto per jaar Netto per jaar
A € 100.000 7% € 7.000 € 4.900
B € 100.000 9% € 9.000 € 6.300

Krediet B brengt meer op omdat het meer risico draagt. Lender schat per dossier de marktrente in op basis van de looptijd, de LTV en de sterkte van het dossier, en investeerder en ondernemer leggen ze samen vast. Van de nettorente gaan nog de dossier- en notariskosten af, die per dossier verschillen en vooraf becijferd staan in de dossierfiche. Belegt u via uw vennootschap, dan wordt bij Lender geen roerende voorheffing ingehouden. Hoe de rente daar belast wordt, staat bij beleggen vanuit uw vennootschap.

Welke vragen legt u aan uw adviseur voor?

Een paar vragen maken het gesprek met uw bank, vermogensbeheerder of boekhouder concreet:

  • Hoeveel buffer houd ik aan, gezien mijn inkomen en mijn plannen?
  • Hoe verhouden deze € 250.000 zich tot de rest van mijn vermogen, ook mijn woning en mijn onderneming?
  • Welke kosten betaal ik per vorm, en wat houd ik na belasting over?
  • Hoeveel van mijn vermogen mag vastliggen, en tot wanneer?
  • Beleg ik privé of via mijn vennootschap?

Bronnen

  1. Beschermingsregelingen voor deposito's (Garantiefonds voor financiële diensten)
  2. Inkomsten van spaargeld en beleggingen, tarieven voor particulieren (FOD Financiën)

Dit is algemene informatie en geen beleggings-, fiscaal of juridisch advies. Elke belegging draagt risico, ook een krediet met vastgoed als onderpand. Twijfelt u, vraag dan raad aan uw eigen adviseur.